Lucienne Damen

Persoonlijke website

Blogs

Welkom op mijn Blog pagina. hier vind je blogs over zaken die me bezig houden. 

Vind je mijn blogs leuk om te lezen? Bestel dan mijn boek Tijdreizen, daarin staan behalve hier gepubliceerde blogs ook andere verhalen. Klik op de button boeken.



view:  full / summary

Muizenjacht

Posted on July 6, 2021 at 8:30 AM

Wah! Een muis!!” hoorde ik vanmiddag vanaf boven roepen. Dochterlief was lichtelijk in paniek, maar niet zo erg als bij het zien van een spin. Nu zie ik zelf ook liever een muis dan een spin, maar ik wil ze geen van tweeën in mijn huis.


Het muisje had zich inmiddels van de slaapkamer naar de trap verplaatst. Ik haalde een potje met deksel uit de schuur om het beestje in op te vangen. Maar zodra ik met het potje in de buurt van het kleine ding kwam, sprong hij van halverwege de trap langs mij heen de gang in. Ook ik slaakte nu een gilletje, omdat ik zo’n grote sprong van zo’n klein beestje niet verwachtte. En toen zag ik hem niet meer. Vermoedelijk zat hij achter het schoenenkastje, of ergens in een schoen. Ik liet het maar zo.


 

Na een minuut of tien kwam kater Tommie met zijn dikke luie lichaam van boven naar beneden gesjokt. Blijkbaar was het weer tijd voor een paar brokjes. En blijkbaar hoorde hij piepen, want ineens was dat dikke luie lichaam veranderd in een killer cat. Met zijn poot zat hij te graaien naar het kleine muisje dat zielig in een hoekje zat verscholen. Ik haalde het kastje waar hij zich achter verstopt had weg en zag hem hulpeloos en in paniek door de gang rennen. Inmiddels had ik het potje met deksel weer uit de schuur gevist en probeerde het vliegensvlugge beestje te vangen. Maar zo klein als hij is, liet hij zich niet voor één gat vangen. Tot hij besloot de toiletruimte in te gaan. Daar kon hij echt geen kant op, al probeerde hij het wel. Tom zat inmiddels al weer te kanen, want als wij op muizenjacht zijn, hoeft hij dat niet te doen.


 

Het muisje liep zich in het kleinste kamertje steeds vast. Tegen de WC pot of tegen een fles reiniger. Uiteindelijk kreeg ik hem waar ik hem hebben wilde, in het potje. Snel het deksel erop en naar buiten met dat ding. Terwijl ik met hem naar de voordeur liep, zag ik zijn staartje tussen het potje en het deksel zitten. Ach, dat vond ik zo zielig. Maar het was maar voor even want eenmaal bij de voordeur kon ik met een gracieuze zwaai het beestje uit het potje werpen de wijde wereld in. Dus mocht iemand een klein muisje met een knik in zijn staartje zien lopen, dan is dat waarschijnlijk het muisje dat ik uit ons huis heb verbannen.


 

Achteraf moest ik nog wel denken aan het liedje van Rudi Carell:

“Ik zag een muis”

“Waar?!”

“Daar op de trap”

“Waar op de trap?”

“Nou daar!”

"een kleine muis op klompjes, nee het is geen grap het ging van klipklipperdieklap op de trap."

 


Alleen had deze muis geen klompjes aan.



Eet rust

Posted on June 2, 2021 at 1:00 PM

Ik had er nog nooit van gehoord, van eet rust. Maar sinds ik regelmatig vast, weet ik wat er mee bedoeld wordt.

Ik denk dat we er allemaal wel mee te maken hebben (gehad). Je bent een groot deel van de dag bezig met wat je moet eten en vooral wanneer. Dat begint al met het ontbijt. Omdat je gevarieerd wil eten, is het ontbijt de eerste maaltijd waarover je nadenkt. Wordt het een uitgebreide broodmaaltijd of een schaaltje yoghurt? Of misschien alleen wat fruit? Er wordt nog altijd gezegd dat het ontbijt de belangrijkste maaltijd van de dag is omdat het je ‘motortje’ op gang brengt. Je hebt tenslotte brandstof nodig om de dag door te komen. Met een behoorlijk ontbijt voorzie je je lichaam daarvan.

 

Wanneer ga je dan lunchen en belangrijker nog; wat eet je dan? Voor mij gold hier vooral: wat neem ik mee naar mijn werk? Behalve dat ik een goed vullende lunch bij me wilde hebben, zorgde ik er ook voor dat ik voldoende tussendoortjes bij me had. Want omdat ik al jaren met diabetes type 2 moet dealen, kunnen mijn bloedsuikers ineens inzakken en heb ik weer nieuwe brandstof nodig. Ook moest ik voor die diabetes medicijnen slikken en daarvoor moest ik wel wat eten. En dan tenslotte het diner. Wat gaan we eten? Natuurlijk moest het een gevarieerde maaltijd zijn.

 

Al deze ‘eet stress’ heb ik inmiddels achter me gelaten. Een paar maanden geleden ben ik begonnen met vasten. Met de vastengids van de TheNewFood heb ik dat in stappen gedaan. Ik ben begonnen met 12 uur vasten. Dan eet je 12 uur na de avondmaaltijd niets meer. Op zich is dat een makkie, want als je s –avonds om zes uur eet, eet je pas weer de volgende ochtend na zes uur. Daarna ben ik 16 uur gaan vasten. Dan eet je na je laatste maaltijd 16 uur niet. Dus na je laatste maaltijd om zes uur, mag je smorgens na 10.00 uur weer wat eten. Later mag natuurlijk ook. In de praktijk komt het er op neer dat je je ontbijt overslaat. Voor mij was dat wel een dingetje, want ik vond het ontbijt de lekkerste maaltijd van de dag. Maar het ging me goed af, ook als ik naar mijn werk moest. Ik kon zelfs iets later opstaan omdat ik niet hoefde te ontbijten.

 

Inmiddels vast ik 23 uur per dag. Ik had nooit gedacht dat ik dat zou kunnen, dat ik knorrend als een varkentje rond zou lopen of duizelig zou worden van de honger. Maar het gaat hartstikke goed. En hiermee heb ik eet rust gevonden. Ik hoef niet te bedenken wat ik als ontbijt en lunch ga eten of mee te nemen en ik hoef niet op de klok te kijken of het al tijd is om te eten. Ik eet nu één maaltijd per dag, maar dan wel een waarmee ik de komende 23 uur mijzelf voorzie van brandstof. Want in tegenstelling tot koolhydraten als brandstof (die grote suikerschommelingen in je bloed veroorzaken waardoor je weer snel een dip hebt), gebruikt mijn lichaam vet als brandstof. Dus die ene maaltijd is arm aan koolhydraten maar rijk aan vet. En als de brandstof uit mijn voeding op is, gebruikt mijn lichaam het vet dat in mijn lichaam is opgeslagen. En daar heb ik genoeg van!!

 

Voor die ene maaltijd maak ik vaak twee gerechten, of een gerecht waarvan ik weet dat ik er goed vol van zit. En tegenwoordig maak ik ook koolhydraat arme toetjes. Dat is echt een ontdekking! Ook vanavond had ik een heerlijke maaltijd: roerbak spinazie met kaas, witte kool salade en als dessert room yoghurt met lemon curd en frambozenmousse. Hiermee kan ik de komende 23 uur weer vooruit en dat geeft rust. Eet rust.

Bijzondere uitspraken van mijn moeder

Posted on May 24, 2021 at 1:05 PM

Vanmorgen zag ik een reclame voor haarkleuring op TV en op dat moment moest ik ineens weer aan mijn moeder denken. Niet dat zij ooit in haar leven een keer een haarkleuring heeft gebruikt hoor. Wat dat betreft heeft zij nooit iets van cosmetica gebruikt. Ja, een beetje lippenstift als ze eens uit ging of nagellak, maar de cosmetica industrie had failliet gegaan als ze het van mijn moeder hadden moeten hebben. Waarom moest ik dan toch aan haar denken bij het zien van een reclame?

Kort na het overlijden van mijn vader riep zij een keer ‘out of the blue’ dat ze een blauw spoeling door haar haar wilde laten doen. Mijn zusje was er ook en samen schoten we in de lach. “MRS. Slocombe!” riep mijn zusje gelijk. “Waarom zou je dat willen?” vroeg ik. “Omdat ik mijn grijze haar een beetje wil oplichten. Het ziet er zo saai uit” was haar antwoord. “Dan kun je ook een zilvershampoo gebruiken” stelde ik voor. “De volgende keer neem ik een fles zilvershampoo voor je mee.” Zo gezegd, zo gedaan.

 

 

 

 

Toen ik een week later aan haar vroeg of ze de shampoo al gebruikt schudde ze driftig haar hoofd. “Nee hoor, dat gebruik ik niet. Ik schrok van dat spul want het is harstikke paars.” “Ja mam, dat is het werkzame spul in die shampoo.” “Maar ik las ook dat je er roze haar van kan krijgen, dus ik ga dat niet in mijn haren smeren.” Ik keek haar verbaasd aan. “Roze? Hoezo dan?” “Dat staat op het etiket: als je je haar gekleurd hebt, kan je haar roze worden.” “Heb je je haar gekleurd dan?” vroeg ik. “Nee, natuurlijk niet!”

In de loop van de jaren heeft mijn moeder wel vaker bijzondere opmerkingen gemaakt. Als we dan in de lach schoten verscheen er een flauwe glimlach om haar mond en riep ze “Ja , lach me maar weer uit!” terwijl ze zelf wel doorhad dat ze weer iets geks had gezegd. Soms moest er ze dan zelf ook om lachen. Al was dat pas nadat wij haar daar op attendeerden. Zo heeft ze een keer speciaal voor mij een salade gemaakt omdat ik gestopt was met het eten van vlees. Eén van mijn moeders gewoontes was het uitvoerig mededelen wat ze aan boodschappen had gehaald en in dit speciale geval wat ze allemaal in mijn vleesloze salade had gestopt. “Wortel, tomaat, een uitje, kip ….” “KIP?!” vroeg ik. “Dat is vlees.” Ze schrok, twijfelde even en zei toen “Ja maar ik heb het heel klein gesneden hoor, je ziet het niet.” Uiteraard heb ik niet van de salade gegeten.

 

 

 

 

Of die keer dat ze vertelde dat ze niet zo goed meer hoorde. “Ik hoor de klok niet meer, daardoor weet ik dat mijn gehoor achteruit gaat” zei ze. Bij mijn ouders in de woonkamer hing een grote klok die de hele dag tikt, ieder kwartier een melodietje laat horen en ieder uur het aantal uren slaat. Omdat ze er van uit ging dat haar gehoor te maken had met een overvloed aan oorsmeer, had ik voor haar een flesje spul gehaald wat ze in haar oren kon spuiten om dat goedje op te lossen. Toen ik dat de eerste keer in haar oren spoot riep ze “Ja, het werkt! Hoor je het bruisen?” Ik keek haar aan en schoot in de lach. “Dat hoor ik toch niet, dat hoor je toch alleen in je eigen oor?” “O ja…’’ zei ze waarna ze haar bekende glimlach tevoorschijn toverde. “Zo, dan hoor je straks de klok weer tikken” zei ik. “Tikken? Ik hoef hem niet te horen tikken! Ik wil hem horen slaan.” “Hoor hem niet slaan dan? Nou, dan ben je wel erg doof. Volgens mij hoort de hele straat dat.” “Ik hoor hem alleen als ik op mijn linker oor lig.” Ik keek haar vragend aan “Lig? Bedoel je als je boven in bed ligt?” “Ja, dan hoor ik aan het aantal slagen hoe laat het is.” En ik maar denken dat ze de klok niet hoorde tikken...

 

De zonnebril van mijn oma

Posted on April 25, 2021 at 8:00 PM

Gisteren ging ik boodschappen doen en had onderweg mijn zonnebril nodig. Bij het winkelcentrum aangekomen deed ik mijn zonnebril omhoog en zette hem op mijn hoofd. Na de boodschappen had ik hem immers weer nodig.


In de supermarkt pakte ik een artikel dat ik niet zo vaak gebruik waardoor ik het etiket wilde lezen. Ongemerkt pakte ik mijn bril van mijn hoofd en bemerkte gelijk dat ik mijn zonnebril op zette in plaats van mijn leesbril. Behalve dat het natuurlijk een domme zet van mij was, moest ik weer denken aan het verhaal dat mijn vader ooit vertelde over mijn oma, waardoor ik even later met een grote glimlach door de supermarkt liep.


Mijn oma ging regelmatig met mijn ouders op pad, zo ook deze keer. Ze zaten met z’n vieren in de auto; mijn vader achter het stuur, oma naast hem en mijn moeder en zusje achterin. Oma zat te kletsen en mijn vader, die slecht hoorde knikte af en toe en gaf wat luistergeluiden terwijl hij voor zich uit bleef kijken. Al kun je je afvragen of hij het verhaal van oma mee kreeg. Oma zat met haar handtas op schoot en zat er in te rommelen. Mijn vader wierp af en toe een blik richting de tas en vroeg: “wat zoek je?” “Hé?” vroeg oma. “Wat zoek je?” “Mijn zonnebril.” “Wat?” “Mijn zonnebril.” Mijn vader wierp snel een blik in de tas, zag een brillenkoker voorbij komen, pakte die eruit en gaf deze aan zijn moeder. “neem deze maar” zei hij terwijl hij zijn focus op de weg hield. Oma pakte de brillenkoker aan en zette de bril op haar neus, tas weer dicht en ze keek weer voor zich uit.

 

Na een tijdje zat ze weer wat te vertellen en mijn vader knikte weer af en toe om te laten weten dat hij luisterde. Op een gegeven moment keek hij haar even aan waarna hij heel verbaasd keek omdat zij hem met grote ogen aankeek. “Wat heb je nou op je neus?” vroeg hij. “Wat?” vroeg oma, die door haar leeftijd ook niet meer zo scherp hoorde. “Wat heb je op je neus?” herhaalde mijn vader. “Mijn zonnebril” zei oma. Mijn vader deed de zonneklep van de auto naar beneden zodat oma zichzelf in het spiegeltje van de klep kon zien. Toen bleek dat ze al geruime tijd met haar leesbril op zat, in plaats van haar zonnebril. Uiteraard moest iedereen in de auto hier heel hard om lachen, oma net zo goed.


Met dit verhaal in mijn gedachten en een grote grijns op mijn gezicht liep ik de supermarkt door. Buiten zette ik in ieder geval mijn zonnebril en niet mijn leesbril op.

 

Sweet memories

Posted on April 12, 2021 at 1:10 AM

Of het nu komt omdat ik ouder word en inmiddels mijn beide ouders er niet meer zijn, weet ik niet. Maar de laatste tijd komen er steeds meer dingen van vroeger mijn gedachten binnen geslopen. Ineens zit ik weer met het gezin van vroeger aan tafel, in de auto op weg naar de camping, of te spelen met de knopendoos bij oma.


Ik merk dat die gedachten vaak gepaard gaan met herinneringen uit het verleden door bijvoorbeeld muziek of een geur. Wanneer ik een nummer van The Platters hoor, is het ineens weer zondagavond en eten we witlof en een kippenpoot. Vorige week bijvoorbeeld liep ik langs iemand die Fleur d’ Temps van Nina Ricci op had. Toen plopte ineens mijn moeder weer in mijn gedachten omdat dit haar favoriete parfum was.

 

Je hoort het wel vaker dat dit soort zintuigelijke waarnemingen je terug brengen naar een moment in je verleden. Dat bepaalde muziek een bepaalde herinnering naar boven brengt. Zo zat ik vroeger bijna wekelijks in een kroeg waar vaak ‘La vie en Rose’ van Grace Jones werd gedraaid. Het is dan niet zo gek dat ik bij het horen van dat nummer weer even in die kroeg zit.

Maar ik ben de laatste tijd ook bezig met de 8mm films die mijn vader vroeger heeft gemaakt. Behalve dat ik dan weer mensen zie die er inmiddels al niet meer zijn, brengen deze momenten mij weer even terug naar die onbezorgde tijd van vroeger. Opvallend in de films van mijn vader, is dat hij de gewone dingen filmde. Vaak zette hij de camera op een statief en liet het opnemen. Die ogenschijnlijke doodgewone dingen die we toen deden, zoals mijn moeder die koffie inschenkt, oma die een boterham eet, of het aansnijden van de taart tijdens een verjaardag, zijn nu pareltjes om terug te kijken.


Als kind keken we regelmatig naar de filmpjes die mijn vader had gemaakt. Dan werd er een projectiescherm neergezet, alle gordijnen gingen dicht, lichten uit en mijn vader bediende de projector. Bij sommige stukjes draaide hij dan de film even terug, zodat mijn moeder met de koffie kopjes achteruit de keuken in liep. Daar moesten wij dan vreselijk om lachen. Nog leuker was het als er anderen bij zaten die de filmpjes nog nooit gezien hadden. Want dat mijn vader filmde vonden wij heel gewoon, maar aan de reacties van anderen te merken, was dat het niet.


Sinds de komst van de video camera zijn die 8mm films in de vergetelheid geraakt. Mijn vader had ze ergens in een doos opgeborgen, samen met honderden dia’s die hij in de loop van de jaren heeft gemaakt. Een paar jaar geleden heb ik die doos mee naar huis genomen toen mijn vader het wilde opruimen. Zo’n stuk familie archief zet je niet bij grofvuil. De films die hij jaren geleden op DVD heeft laten zetten, heb ik inmiddels op mijn computer staan. Een aantal heb ik al bekeken en bewerkt, de meesten nog niet.

 

Maar het hoeft geen film te zijn om mij mijn ouders te herinneren. Ieder kwartier slaat hier de klok, die zij hebben laten maken toen ze 40 jaar getrouwd waren, een melodie. Als ik met een stofdoek over die klok ga, hoor ik steeds weer de woorden van mijn moeder dat Ralf (haar hulp destijds) niet aan de klok mocht komen. Het zal me dan ook niet verbazen als ze over mijn schouders mee kijkt of ik het wel voorzichtig doe….


Zie voor een aantal 8 mm filmpjes mijn yourtube kanaal: 

Vakmanschap

Posted on March 1, 2021 at 7:15 AM

Met enige regelmaat staat er bij ons thuis een Brits TV programma aan waarin oude voorwerpen worden opgeknapt. Lampen, klokken, stoelen, koffers, het komt allemaal voorbij. Het zijn stuk voor stuk vakmensen die weten wat ze doen, of dingen uitproberen in de hoop dat het goed uitpakt.

 

Eén van de vakmensen is een meubelstoffeerder. Ik kijk met belangstelling naar wat deze man allemaal kan maken van een oude stoel of bank. En eigenlijk realiseer ik me nu pas wat een vakman mijn vader was. Ook hij was meubelstoffeerder en veel van de technieken die het programma laat zien, heb ik mijn vader zien doen. Maar ja als kind vond ik dat heel gewoon, dat was zijn werk.

 

 Mijn vader begon zijn stoffeerders carrière toen hij 14 jaar was. Nou ja, toen kreeg hij van zijn vader te horen dat hij een baan voor hem had geregeld in een meubelmakerij. Maar na één dag hield hij het al voor gezien. Hij moest stapels hout van de ene kant van de ruimte naar de andere sjouwen en toen hij daar mee klaar was, moest hij het weer terug leggen. Dat weigerde hij en is weggelopen. Maar het meubelmaker vak vond hij wel interessant en bij een ander bedrijf mocht hij het vak komen leren. Hij heeft het de rest van zijn leven gedaan.

 

Omdat hij veel van huis was vond mijn moeder het prima dat hij thuis ook stoelen en bankstellen van een nieuwe look voorzag. Het kleine huisje waar we destijds woonden had een soort achterkamer waar de eethoek stond en die moest steevast ruimte maken voor andermans meubels. Als kind sjouwden we net zo makkelijk mee om de meubelstukken naar binnen te krijgen. Niet naar buiten, dat deed hij zelf, de meubels gehuld in dekens, omdat ze smetteloos bij de klant moesten aankomen.

 

Toen ik heel klein was heb ik een keer in de voetsporen van mijn vader willen treden. Ik had hem namelijk vaak knopen zien trekken in de rugleuning van een bank of stoel. Blijkbaar wilde ik dat ook en heb toen een uitgekauwd dropje op de smetteloze witte stof van een net gestoffeerde fauteuil gedrukt. Je kunt je voorstellen dat mijn vader hier op zijn zachts gezegd niet blij mee was. Hij moest wat verzinnen en belde de klant op met de mededeling dat het mooier zou staan als er een paar knopen in de rugleuning zouden komen. De klant vond dat prima en mijn dropje als uitgangspunt genomen heeft hij er een paar in de fauteuil geplaatst. De klant was er lyrisch over en het probleem opgelost. Maar dat betekende wel dat wij voortaan ver weg moesten blijven van de gestoffeerde meubels (voor zover dat kon in dat kleine huis). Uiteraard werd dat minder naar mate we ouder werden.


Mijn broers werden nog wel eens aan het werk gezet. Ze mochten helpen slopen of knopen maken. Het is dan zo leuk om in een TV programma zo’n zelfde machine te zien als mijn vader vroeger had. Ik heb ook wel eens knopen gemaakt, maar had niet de kracht om het apparaat goed aan te drukken waardoor de stof er niet goed tussen geklemd zat.

Eigenlijk vond ik het als kind vaak maar lastig, dat werken van mijn vader thuis. De kamer was altijd rommelig, je moest je schoenen aanhouden om niet in een verdwaalde spijker te stappen, het huis rook naar krijn of naar lijm. En toen mijn vader de beschikking kreeg over een compressor waar hij zijn nietmachine aan had gekoppeld, gebeurde het regelmatig dat hij een nietje tegen je benen aanschoot als je voorbij liep. Dat was zijn grapje.

 

Als ik nu naar dat programma kijk en de stoffeerder aan het werk zie, ruik ik de krijn weer en word ik een beetje melancholisch bij het horen aanslaan van een compressor. Het leuke van het programma is dat de man uitlegt wat hij doet en waarom hij doet wat hij doet. En daarmee krijg ik eigenlijk een kijkje in de vakmanschap van mijn vader. Want wat ik altijd voor lief heb genomen als zijn werk, realiseer ik me nu wat een vakman hij eigenlijk geweest is.

 

 

 

(TV programma; Salvage Hunters: the Restorers op Discovery)

Aan de erven van....

Posted on February 26, 2021 at 2:35 PM

Toen mijn ouders allebei nog in leven waren, hielp ik ze al met hun administratie. Als er een brief van een instantie binnenkwam, werd deze voor mij bewaard om te lezen en te ‘vertalen’ naar een voor hun duidelijke taal. Ieder jaar vulde ik de belastingaangifte voor mijn vader in en als ze een bedrag terug kregen kreeg ik een bos bloemen, alsof ze dat geld van mij hadden gekregen!

Toen mijn vader overleed, kwam er wat administratie betreft veel op mijn moeder af. Ze opende de meeste enveloppen niet eens meer. Als ik binnen kwam zei ze “er is post voor je”. Ze had alle documenten in een ordner gedaan maar zelfs daarin was het onoverzichtelijk, voor mij in ieder geval, want voor haarzelf was het logisch. Al kun je wat vraagtekens zetten bij die logica.

Nadat mijn moeder overleed vond ik het niet meer dan logisch dat ik als contactpersoon werd geregistreerd. Via de uitvaartorganisatie werd ik aangemeld bij een nabestaandenloket waarin ik alle organisaties en bedrijven kon aanvinken waar mijn moeder contact mee had. Ik hoefde maar één keer haar overlijdensakte te uploaden. Een pracht systeem waar ik gretig gebruik van heb gemaakt. Ik heb mijn (contact) gegevens doorgegeven en via e-mail en post kreeg ik van alle aangevinkte instanties een reactie. Nou ja, van bijna alle instanties.

Mijn moeder had een betaalrekening bij de ene bank en een spaarrekening bij de andere bank. Ik was gemachtigd voor de betaalrekening dus dat was geen probleem. Binnen no time was alles van deze rekening geregeld. Maar van de bank die haar spaarrekening beheerd hoorde ik niets. Eerlijk gezegd dacht ik er ook niet meer aan. Pas toen ik begin januari met al haar paperassen aan tafel ging zitten om haar belastingaangifte in te vullen, realiseerde ik me dat ik nog niets van de bank had gehoord. Ik stuurde de bank een e-mail en als reactie daarop moest ik een identiteitsbewijs van mijzelf en de overlijdensakte van mijn moeder opsturen. Toen ik na een paar weken nog niets had gehoord, besloot ik via de website een formulier in te vullen om een overlijden te melden. Daarop kreeg ik een automatisch antwoord dat ik zo snel mogelijk antwoord zou krijgen. Inmiddels zijn we weer zo’n vier weken verder en vandaag kreeg ik een bericht van de bank dat ze mij om formulieren hadden gevraagd die ik ‘nog steeds niet’ had opgestuurd. Ik besloot hierop niet te reageren zoals ik eigenlijk had willen reageren. Ik heb de betreffende formulier uitgeprint en ingevuld, waarbij ik wel drie keer mijn adres heb moeten invullen (zucht). Ik stuur ze vandeweek wel een keer terug.

Maar los van de frustratie die zo’n bank bij mij weet te ontluiken, komen er steeds weer brieven binnen waarvan ik me afvraag waarom iemand bedacht heeft om mij zo’n bericht te sturen. Neem de brief van de belastingdienst die afgelopen week in mij brievenbus werd gestopt. Daarin staat dat ik aangifte heb gedaan voor mijn moeder en dat dit niet heeft geleid tot een voorlopige aanslag. Nu gaan ze de aangifte verder controleren en als dat gedaan is krijg ik daar bericht van. Dus eigenlijk weet ik nog niets.

Of de brief van de bank waar mijn moeder een betaalrekening had. Die stuurde mij deze week een brief dat ze de bankgegevens van mijn moeder aan de belastingdienst doorgeven. Lekker boeien dat doet iedere bank. Val me niet lastig met dit soort ongein. Want ondanks dat de inhoud van deze berichten nietszeggend is, zijn ze wel geadresseerd aan de erven van mevrouw Damen. En hoe raar het misschien klinkt, maar als ik dat door het venster van de envelop zie staan, komt het wel weer even binnen.

Dat ik na ruim zes maanden nog bezig ben met de nalatenschap van mijn moeder, had ik niet verwacht. Natuurlijk handel ik alles gewoon af en had ik het niet anders gewild. Maar ik ben bang dat het nog wel even duurt voordat ik van alle naweeën af ben. Wat dat betreft ben ik wel blij dat mijn moeder alle ‘officiële’ stukken altijd netjes bewaarde, in een order. Hoe onlogisch ook…

 

Thuiswerken

Posted on January 29, 2021 at 2:30 PM

Thuiswerken, wie had ooit gedacht dat het een nieuw normaal zou worden? Ik weet nog dat toen ik in de jaren ’80 bij het GAK (nu UWV) werkte en de computer zijn intrede deed, mijn collega er vol van overtuigd was dat we ooit vanuit huis zouden gaan werken. Ik heb hem toen vreselijk uitgelachen.

Binnen het GAK hadden we toen net de beschikking over een paar geavanceerde elektronische schrijfmachines. De oude kleine Olivetti machines met groene toetsen waren vervangen door grotere schrijfmachines met een computertje erin. Hiermee kon je onder de F toetsen een regel programmeren. De toenmalige chef die op dezelfde kamer zat als ik, snapte er niets van dat ik mijn briefaanhef, mijn handtekening een paar standaard zinnen, in de schrijfmachine kon programmeren. Wanneer ik het briefpapier op een bepaalde manier in de machine draaide en op de toets drukte waaronder de benodigde tekst stond, ratelde de machine in één keer mijn stukje tekst op papier! Zo kon ik de hele kop van het briefpapier voorzien van mijn gegevens. Wat een uitvinding! Dat was wel heel wat anders dan die oude mechanische machines waarop ik op school typ les had gehad met gekleurde doppen op de toetsen om te leren ‘blind’ typen. Je had nog net geen hamer nodig om de toetsen in te drukken.


Het GAK was laat met het invoeren van de computer. Halverwege de jaren tachtig kregen we de eerste computer op de afdeling. Eén per afdeling of blok bureaus. We kregen een Plato cursus om te leren omgaan met de functies van het apparaat. Geen idee meer wat die cursus inhield, maar ik weet nog wel dat een paar oudere collega’s er al snel de brui aan hebben gegeven. Die vonden het maar niets.

We werkten in MS DOS. Ik weet eigenlijk alleen nog dat we in het begin bezig waren met het vullen van het systeem. In een later stadium zouden de programma’s van het GAK en bijvoorbeeld de bijstand, aan elkaar gekoppeld gaan worden zodat al snel duidelijk werd wanneer iemand meerdere uitkeringen zou hebben. Die koppeling heb ik niet meer meegemaakt.

Toch, als ik dan terug kijk naar de tijd dat ik bij het GAK werkte en we álles op papier deden, is er in de bijna 40 jaar een hoop veranderd. Het begon al met de aangesloten werkgevers waarvan de gegevens in een kaartenbak stonden en die gegevens op een microfiche kwamen te staan. In de kaartenbak wist ik feilloos alle werkgevers te vinden, maar op die fiches zocht ik me een slag in de rondte. Nu staat al onze informatie op een USB stick of in een map op de O schijf of de G schijf.


Ik heb toen nooit kunnen bevroeden dat mijn collega gelijk zou hebben gekregen over thuiswerken. Dat ik nu met een laptop aan de keukentafel mijn werk zit te doen. Of het ideaal is, daar kun je over twisten. Thuiswerken heeft voor mij vooral als voordeel dat ik wat later kan opstaan en geen reistijd heb. Maar het voordeel van naar kantoor gaan is toch wel het directe contact met je collega’s om even iets te overleggen of een belangstellend praatje, het werken met meerdere beeldschermen en het duidelijke onderscheid tussen werk en privé. Want dat laatste vervaagd wel erg snel heb ik gemerkt.


Of we in de toekomst vaker thuis zullen werken is de vraag. Voor een aantal mensen zal het zeker een uitkomst zijn. Maar ik denk dat het afgelopen jaar ons toch ook wel heeft geleerd hoe waardevol het contact met collega’s is. Daarbij is natuurlijk ook de aard van het werk van belang. Want ondanks dat ze nu bij het UWV allemaal met een eigen laptop werken (en die dus makkelijk mee naar huis kunnen nemen) blijken sommige afdelingen nog steeds met fysieke dossiers te werken, waardoor de noodzaak van ‘op kantoor werken’ aanwezig blijft.

 

Wandelen of rellen?

Posted on January 25, 2021 at 1:25 PM

Vanmorgen moest ik even aan de wandel om mijn hoofd leeg te maken. Het winterzonnetje hing lonkend aan de blauwe hemel waardoor ik de verleiding niet kon weerstaan. Gewapend met mijn nieuwe fotocamera begaf ik mij naar het naastgelegen park in de wijk waar ik woon.


Genietend van de bossen en het zonnetje, liep ik in gedachten door het park. De enkele wandelaar die ik tegenkwam, zei mij vriendelijk gedag en ik zei vriendelijk gedag terug. Zo doen we dat hier in Zoetermeer. Mensen die je totaal niet kent maar die dezelfde behoefte hebben om even hun gedachten te verzetten, die zeg je gedag. Ik heb geen idee wie die mensen zijn en wat ze doen. Waarschijnlijk zijn ze net als ik inmiddels wel klaar met dat thuiszitten en al die corona shit, moeten ze ook even een frisse neus halen voor de boel vanavond weer op slot gaat. Als we elkaar morgen ergens anders tegenkomen zien we elkaar niet. Want de mensen die ik vandaag ben tegen gekomen heb ik niet gezien, ik heb geen idee hoe ze er uit zien. En toch hebben we elkaar gegroet. Gewoon omdat we alle twee dezelfde behoefte hadden op hetzelfde moment.

 

Je kan het een beetje vergelijken met wat er afgelopen weekend in diverse steden is gebeurd. Mensen die op hetzelfde moment dezelfde behoefte hadden. Al betwijfel ik of zij elkaar vriendelijk gedag hebben gezegd. De vergelijking houdt hierbij dan ook wel op. Want het op een rijtje zetten van je gedachten tijdens een wandeling door het park is heel wat anders dan je eigen binnenstad in puin slaan.

Hoe doorgesnoven moet je zijn om willens en wetens de confrontatie aan te gaan met de politie omdat je niet na 21.00 uur je huis uit mag? Aan hoeveel ballonnen hebben die gasten zitten lurken? Die hebben toch totaal geen werkende hersencellen meer. Want je kan mij niet wijs maken dat een normaal denkend mens hieraan mee wil doen.

 

Het is vandaag al een aantal keer op TV gezegd; dit waren geen demonstranten, dit waren relschoppers. Niet dat ik de demonstranten van tegenwoordig er niet toe in staat acht hoor, want dat hebben heel veel van hen de laatste maanden wel laten zien. En er zijn misschien wel mensen bij geweest dit weekend die echt de intentie hadden om te demonstreren tegen wat dan ook. Dan nóg ga je niet bewust na het ingaan van de avondklok de confrontatie aan met de politie.

 

Dat hele demonstreren slaat trouwens nergens op. Waar demonstreren ze nou tegen? Tegen corona? Tegen de maatregelen? Of de regering het zo leuk vindt om het hele land op slot te gooien. Of de regering het zo leuk vindt om onze goed draaiende economie om zeep te helpen. Nee, ze demonstreren omdat het mag, het staat in de grondwet. En ja, dan moet je het doen hé? Dan moet je met een grote groep bij elkaar gaan staan en staan schreeuwen tegen de politie dat je het niet eens bent met wat de regering noodgedwongen moet toepassen. En doordat al die schreeuwers zo lekker dicht bij elkaar staan hebben we nu een avondklok. Daar moet dan ook weer tegen gedemonstreerd worden, want ja dat mag. En zo houden de mensen die het meest tegen alle maatregelen zijn, de oorzaak van alle maatregelen in stand.

 

Natuurlijk wil iedereen weer terug naar hoe het was. Ik ook. Lekker uit eten, middagje winkelen, op vakantie. Hoe moeilijk is het dan om even een paar weken de kiezen op elkaar te zetten en binnen te blijven. Ik vind het ook niet leuk, baal als een stekker, maar het is even niet anders. En dat betekent niet dat ik een dom schaap ben die me alles laat voorkauwen. Maar ik weet wel dat het geen enkele zin heeft om op het Malieveld te gaan staan schreeuwen dat ik het er niet mee eens ben. Ook al staat in de grondwet dat ik dat mag doen. Ik ga dan liever even naar het park voor een flinke wandeling. Daar krijg ik weer positieve energie van om die laatste loodjes van de maatregelen vol te kunnen houden.

 

 

Sneeuwpret

Posted on January 18, 2021 at 1:45 PM

Afgelopen weekend was er een beetje sneeuw gevallen en het leek wel of heel Nederland was losgeslagen! Het bleef niet eens liggen, maar voor sommigen was het een ware happening. Is dat omdat we nu in deze coronatijd niets hebben? Of is het al weer te lang geleden dat we een flink pak sneeuw hebben gehad?

 

Vroeger was alles beter zegt men, ook qua weer. Nu denk ik dat de opwarming van de aarde er wel voor zorg draagt dat de winters zoals we ze vroeger kenden, niet meer voorkomen. Ik weet nog wel dat we buiten speelden in de sneeuw en dat je om de zoveel tijd even naar binnen ging om je wollen wanten op de verwarming te laten drogen en je rode, bijna bevroren vingers onder de warme kraan liet ontdooien. Snel even wat drinken en een sanitaire stop, om even later weer verder te gaan met je sneeuwpop of met sneeuwballen gooien.


De sloot tussen de Laakweg en Laakkade was iedere winter bevroren zodat we er op konden lopen. Schaatsen was voor mij geen optie een ook vriendinnetje Yvonne had moeite om op het ijs op de been te blijven. Zelfs de ijzeren brug op de Rijswijkseweg was bedekt met een laag ijs. Mijn vader vertelde ooit dat een jongen een keer met zijn tong aan het ijs had staan likken en dat hij even later met zijn tong zat vastgevroren aan de brug. Of dat verhaal klopte of dat mijn vader probeerde te voorkomen dat wij ook zoiets stoms zouden doen weet ik niet, maar het werkte in ieder geval wel.

 

Als je 's morgens wakker werd stonden de ijsbloemen op de ramen. We hadden één kachel in de woonkamer, een oliekachel. Wie als eerste beneden was legde snel zijn kleren op de kachel zodat je, nadat je je had gewassen, warme kleren aan kon trekken.

 

Nee, die winters zoals we ze vroeger hadden, die krijgen we niet meer. Ik moet eerlijk zeggen dat ik het niet erg vind hoor. Natuurlijk is de opwarming van de aarde een slechte zaak, maar als je met sneeuw en ijzel de straat op moet, daar word ik niet zo heel erg blij van. Als kind was het heerlijk om in de sneeuw te spelen, maar ik ben al een tijdje geen kind meer.... Alhoewel ik het voor de kinderen van nu wel een gemis vindt dat ze niet zo van de sneeuw kunnen als dat wij vroeger deden.

 

Hieronder een link naar een filmpje uit 1968, toen ik met mijn broers en zusje in de sneeuw speelde.


https://www.youtube.com/watch?v=Ed0KvyxQJk0&t=24s


Tante Annie en ome Kees

Posted on January 11, 2021 at 4:20 PM

Als kind besefte ik niet dat er mensen in mijn leven waren die zomaar konden verdwijnen. En dan bedoel ik niet dat ze overlijden, want dat is onvermijdelijk. Maar dat mensen die je dagelijks ziet, ineens geen deel van je leven meer willen uitmaken. Inmiddels weet ik dat bepaalde mensen alleen in je leven blijven als je elkaar nodig hebt. Iedereen kan wel iemand bedenken die langzaam in de vergetelheid is geraakt, waar het contact mee verwaterd is.


Doordat ik de laatste tijd veel oude filmpjes van mijn vader aan het bekijken ben, kwam ik onze oude buren tegen. En ik herinnerde me dat dit oude stel eigenlijk altijd bij ons was. Ze zijn zelfs ook op de camping komen staan waar wij al stonden. Het was heel gewoon dat tante Annie en ome Kees bij ons sinterklaas kwamen vieren, al viel het mij wel op dat ze altijd binnen kwamen als de kado’s al gebracht waren, zo irritant dat ze nooit eens op tijd waren! Maar ook op onze verjaardagen waren ze er en met kerst. Zelfs toen mijn ouders 12,5 jaar getrouwd waren huppelden ze mee tijdens het feest. Zij waren een vaste factor in ons leven en we konden ook altijd bij ze terecht.


In mijn ogen waren ze toen al oud, ik heb het over begin jaren ’70. Ik heb geen idee hoe oud ze waren, maar ik schatte ze al over de zeventig. Zelf hadden ze geen kinderen, dus ook geen kleinkinderen. Wij woonden op nummer 8, naast ons de familie Holverda op nummer 10 en op nummer 12 woonden tante Annie en ome Kees Hageman. Opvallend dat we in die tijd heel veel ooms en tantes hadden en dat het soms moeilijk was om te onderscheiden wie nou echt familie was en wie niet. Maar deze mensen hadden een dusdanig respectabele leeftijd bereikt dat ook mijn ouders ze tante Annie en ome Kees noemden.


Eigenlijk konden we altijd bij ze terecht. Tante Annie hielp mij vaak met handwerkjes of gedichtjes en ome Kees was een echte knutselaar. Toen we op een leeftijd waren dat we met sinterklaas surprises gingen maken, fluisterden we hem in zijn oren wie we hadden getrokken en wat we gekocht hadden, met de vraag of hij een idee had wat we konden maken. Als je dan een paar dagen later bij ze kwam had hij een prachtige surprise gemaakt. Hij glom dan van oor tot oor als tijdens het uitpakken de complimenten door de kamer vlogen, al zou hij nooit zeggen dat hij het gemaakt had. Ik heb geen idee wat hij vroeger voor werk heeft gedaan, hij was al gepensioneerd in die tijd en hij sprak niet over vroeger. Alhoewel tante Annie nog wel eens liet vallen dat ze vroeger als dienstmeid had gewerkt.


Tante Annie was altijd vol bewondering over het feit dat mijn vader zo hard werkte voor zijn gezin. Overdag werkte hij voor zijn baas en in de avonduren spijkerde hij als meubelstoffeerder wat extra’s bij elkaar in ons kleine huisje.


Het was 1976 toen mijn ouders besloten een andere caravan te kopen. Tante Anne en ome Kees waren thuis toen deze geplaatst werd en om het een verrassing te houden zeiden we niets tegen ze. Als ze dan weer op de camping zouden komen, zagen ze ineens een nieuwe caravan staan. Maar in plaats dat ze gelijk op de koffie kwamen zoals altijd, liepen ze door en zeiden niets. “Ga eens even vragen of ze koffie willen” riep mijn moeder één van ons toe. Maar ze wilden niet en we hebben ze nooit meer gesproken. Wat de reden was dat (vooral) tante Annie boos was, hebben we nooit ontdekt. Het vermoeden is dat ze boos was vanwege de nieuwe caravan. En of het was dat ze er niet bij betrokken is geweest of dat ze de oude caravan had willen overnemen, we weten het niet. Maar voor ons als kind was het heel vreemd om deze vertrouwde mensen ineens niet meer in je leven te hebben.


Ergens had mijn moeder nog zoiets van: ‘als ze straks komen en ze vertellen wat er aan de hand was, vind ik het prima en zijn ze weer welkom.’ Maar dat sloeg om als een blad aan een boom toen ik samen met mijn moeder uit een taxi stapte nadat we uit het ziekenhuis kwamen. Voor onze deur stond de wijkagent te wachten en hij liep met ons mee naar binnen. Hij waarschuwde mijn moeder voor ‘dat mens van nummer 12’. “Ze heeft je man verraden dat hij zwart bij werkt” zei hij. “het is een gevaarlijke vrouw, daar wil je niet mee te maken hebben.” En dat was uiteindelijk ook wat er gebeurde. We hadden niets meer met ze te maken. Daar waar ze eerst vol lof over het harde werken van mijn vader sprak, probeerde ze hem nu te verlinken. De wijkagent ging er niet op in en mijn vader heeft er nooit meer iets over gehoord. Maar het was wel een gemene streek die ze leverde.


Op de camping liepen ze een andere route zodat ze niet langs onze caravan hoefden te lopen. Thuis was het vreemd om niet even bij ze naar binnen te lopen om iets te bespreken of te laten zien. We merkten wel dat ome Kees er erg veel moeite mee had en het duidelijk niet met zijn vrouw eens was. Maar ja, die man had niets te vertellen. Als we hem alleen troffen en gedag zeiden, zag je hem helemaal opfleuren.


Op een dag zagen mijn moeder en ik een ambulance in de straat bij nummer 12 voor de deur. Ome Kees verdween erin. We wilden dolgraag weten wat er aan de hand was en hebben uiteindelijk via via gehoord dat hij is overleden. Kort daarna zijn wij verhuisd en van tante Annie hebben we nooit meer wat gehoord. Wat moet die vrouw eenzaam zijn geweest op het laatst.


Ondanks dat het allemaal zo raar en onaardig verlopen is, heb ik nog wel warme herinneringen aan deze buren. Ze waren een soort oma en opa voor ons. Een schakel naar het verleden waar vooral tante Annie nog wel eens over vertelde. Ik had ze graag tot aan hun eind in mijn leven gehad, maar blijkbaar hadden zij ons niet meer nodig toen ze besloot om abrupt uit ons leven te stappen.


 

Berlijn

Posted on January 3, 2021 at 4:35 PM

Met het hervinden van de oude videofilms van mijn vader kwamen er ook oude herinneringen naar boven. Zo zagen we op een van de filmpjes een inmiddels overleden vriendin met haar baby van toen een paar maanden oud. Deze beelden herinnerde mij aan de keer dat we met z’n vieren met een drie daagse personeelsreis van het GAK mee waren naar Berlijn, oktober 1981.


Aap

We reden met twee bussen richting Oost Duitsland. Het was een behoorlijke rit en bij de Oost Duitse grens aangekomen bleek dat een medepassagier was ‘vergeten’ een visum aan te vragen. We hebben daar zeker een uur vertraging opgelopen zodat er voor hem een noodvisum kon worden aangemaakt. Dit werd hem uiteraard door de rest van het gezelschap niet in dank afgenomen. Tijdens de grenscontrole moesten we in de bus blijven zitten, de grensbeambten kwamen de bus in. Eén voor één moesten we ons paspoort laten zien. Toen een beambte mijn paspoort in handen kreeg keek hij naar mijn foto, naar mij, weer naar mijn foto, weer naar mij en brabbelde iets in het Duits. “Wat zei hij?” vroeg ik aan Tineke naast me die op school Duits had gehad. Zonder blikken of blozen zei ze “Al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding.” Ik schoot in de lach en de man in uniform keek ons verbaasd aan terwijl hij doorliep naar achteren. De bus werd door middel van spiegels van top tot teen bekeken. Zelfs de hoedenplanken.


Gebak

Hotel Igel ligt in west Berlijn aan de rivier de Havel vlakbij het Igel meer. Ik deelde een kamer met Tineke en haar zus Marga deelde de kamer met Evelien. ’s Avonds na het eten pakten twee collega’s hun gitaren en speelden van alles. Er werd gezongen, gedanst en gedronken. Zelfs Duitse hotelgasten kwamen erbij zitten en zongen en dansten mee. Overdag gingen we met de bus op pad naar o.a. oost Berlijn. Dat was een troosteloze bedoeling. Ik weet nog dat we ergens koffie gingen drinken. De koffie was heel goedkoop, maar het stukje gebak dat we erbij namen was voor de meeste oost Duitsers niet te betalen. We werden dan ook heel vreemd aangekeken. Dat deden ze op straat trouwens ook, omdat aan onze kleding wel duidelijk te zien was dat we uit het westen kwamen. De oost Duitse gids liet ons alleen plekjes zien die in de ogen van de oost Duitsers mooi zijn. Gedenkwaardige plaatsen met Russische invloeden. We hebben er zelfs nog de wisseling van de wacht gezien, al heb ik geen idee meer bij welk gebouw dat was. Het was een grauwe bedoeling en we waren blij dat we bij checkpoint Charlie weer naar het westelijke deel van Berlijn konden. Al werd ook hier de bus weer volledig binnenste buiten gekeerd (figuurlijk dan).


Terug in het westen zijn we een middag losgelaten in het centrum. Daar belandden we in een ijssalon waar nogal ‘deftige dames’ met hoedjes voorzien van veren van hun ijscoupe zaten te genieten. Een aantal van ons hadden een ijscoupe besteld met walnoten erop. Maar deze waren bitter en dat lieten we merken. Blijkbaar werd dit niet op prijs gesteld waarna we door de saloneigenaar gesommeerd werden het pand te verlaten. Sinds die tijd ben ik niet meer zo enthousiast over walnoten.


Hoofdstad

Al met al een memorabele reis, al was het alleen al omdat er een grote betonnen muur midden door de stad liep. Dat was echt een walgelijk gezicht. Ik heb dan ook echt een vreugde traantje gelaten toen in 1989 de muur werd neergehaald.

Ooit wil ik nog eens terug. Ik wil met eigen ogen kunnen zien hoe zo’n gespleten stad als Berlijn zich heeft kunnen herstellen en de twee uitersten heeft doen samensmelten tot een bruisende hoofdstad.

 

 

Afscheid van 2020

Posted on December 31, 2020 at 1:10 PM

Terwijl de oliebollen staan af te koelen (ze waren nog warm toen ik ze kocht) op deze laatste dag van het jaar waarin we niet veel mochten maar er toch veel gebeurd is, is dit het moment om even terug te kijken.

Voor mij begon het jaar rustig, met een cursus waarvoor ik steeds 4 dagen naar Apeldoorn moest. De dag voor mijn examen werden de eerste maatregelen aangekondigd, wat inhield dat ik onverrichter zaken terug naar huis ging. Twee maanden later heb ik alsnog examen kunnen doen (en uiteraard geslaagd!).

Thuiswerken werd geïntroduceerd en na wat opstart problemen werd het al snel het nieuwe normaal. Nog steeds had ik het idee dat we er met een week of drie wel vanaf zouden zijn. Maar het liep anders…

Onze 15 daagse cruise werd geannuleerd. Dat was even slikken want daar keek ik al bijna een jaar naar uit. Ondanks die tegenvaller was het wel fijn dat ik thuis bleef, omdat inmiddels mijn moeder ernstig ziek was. Nu kon ik haar regelmatig bezoeken.

Thuiswerken had als neveneffect dat je alles in huis gaat zien en (in mijn geval) je eraan gaat irriteren. Reden genoeg om tijdens de vrije dagen die door de geannuleerde cruise thuis doorgebracht werden, de gang een flinke opfrisbeurt te geven. Alles is opnieuw behangen en geverfd en de trap hebben we laten renoveren.

Inmiddels hadden we er een nieuw familielid bij, waarbij we helaas niet op kraamvisite mochten. Hopelijk kunnen we dat met zijn eerste verjaardag goed maken.

En het onvermijdelijke gebeurde in de zomer; mijn moeder verruilde haar aardse bestaan voor het eeuwige. Aan de ene kant een opluchting om haar uit haar lijden verlost te zien, terwijl het aan de andere kant voor veel verdriet zorgde dat we zo kort na het verlies van mijn vader nu ook van mijn moeder afscheid moesten nemen. Toen alle nasleep zo’n beetje achter de rug was, zaten we ineens in oktober. Reden om er even een paar dagen tussenuit te gaan, nu het nog kon. De dag dat we naar huis gingen werd de horeca weer gesloten.

Corona heeft gelukkig in mijn directe omgeving niet de kans gekregen om toe te slaan, al heeft het wel het leven gekost van een oud collega. Dat nieuws hakte er behoorlijk in.

Wat er komend jaar staat te gebeuren is voor iedereen natuurlijk onzeker. Ik krijg de indruk dat men denkt dat als vannacht de klok twaalf uur heeft geslagen, alle ellende achter de rug is. Dat zou toch mooi zijn! Helaas is de werkelijkheid anders. Iedereen wil 2020 zo snel mogelijk vergeten, maar voor mij gaat dat niet op, omdat dit het laatste jaar was dat ik mijn moeder nog had.

Vandaag is het de eerste oudejaarsavond dat ik niet om twaalf uur naar mijn ouders bel om ze een gelukkig nieuwjaar te wensen en morgen blijf ik voor het eerst thuis op nieuwjaarsdag. Zo komen er nog meer eerste keren zonder moeder.

Maar we hebben ook leuke dingen in het verschiet. Als de maatregelen het toelaten hebben we in maart een bruiloft en in mei staat onze volgende cruise gepland. Nu maar hopen dat met het vaccinatie programma de pandemie onder controle komt, zodat alle plannen zonder restricties door kunnen gaan.

Ik wens jullie allemaal een gezellige jaarwisseling en alle goeds voor het komende jaar.

 

 

Kerst tradities

Posted on December 8, 2020 at 1:40 PM

Gisteravond was er een kerstfilm op TV die ging over kerst tradities. Iedereen die mij een beetje kent weet dat ik niets met kerst heb, maar een kerstfilm ben ik altijd wel voor in de stemming. En eerlijk gezegd zette deze film mij wel aan het denken over onze eigen kerst tradities.


Als ik terug kijk naar mijn jeugd was het eigenlijk altijd alleen maar eten waar het om draaide. Oma kwam steevast op bezoek en ook de oude buurtjes kwamen in de middag een borreltje drinken. In de hoek van de eetkamer stond een kerstboom en er zullen ongetwijfeld nog her en der wat versieringen in de kamer hebben gehangen. Mijn moeder hield daar wel van. Mijn vader niet. Die had niets met kerst. Maar ik kan me niet herinneren dat we specifieke tradities hadden.


Naar mate we ouder werden veranderde ook de kerstviering. Alhoewel, een viering kon je het niet noemen. We waren vrij en mijn moeder zorgde ervoor dat er genoeg te eten en drinken in huis was. Er bleef altijd wel iemand eten. Als het oma niet was, was het wel een vriend(inne)tje, een kennis of een oom en tante. Of allemaal!

Maar de kerst die mij het meest is bijgebleven is die van 1969. Mijn ouders hadden twee huisjes gehuurd op de camping de Jutberg. We stonden er het hele seizoen met (toen nog) een tent en die winter hadden we huisjes gehuurd: de Graspieper en de Pimpelmees. In de Graspieper sliepen mijn ouders, mijn zusje, de moeder van mijn moeder met haar man (oma en opa dus), en mijn moeders broertje Sjaak. In de Pimpelmees sliepen oma (mijn vader’s moeder), de zwangere zus van mijn vader en haar man, mijn twee broers en ik. Kennissen van de camping die een caravan hadden verbleven in hun eigen stulpje, zoals de ouders van vriendinnetje Jola. Zij kwamen iedere avond bij mijn ouders in het huisje langs en die stond dan blauw van de rook. Er werd gegeten, gedronken, gerookt, gekaart en heel veel gelachen.


De camping was bedekt met een dik pak sneeuw en de wegen waren spiegelglad. Het zag er allemaal sprookjesachtig uit, ondanks dat ik een paar keer flink onderuit ben gegaan. Ik was zeven en speelde met Jola in de sneeuw. Heel veel kan ik met niet meer herinneren, maar wel dat het ijskoud was en dat mijn vader in het huisje waar ik sliep, op oudejaarsdag heel veel oliebollen heeft staan bakken. Dat wij kinderen die avond in het huisje bij mijn ouders in bed zijn gelegd samen met Jola en haar broertje Bas en dat we om twaalf uur wakker gemaakt werden. Dat mijn moeders moeder doodziek was en het grootste deel van de vakantie op de bank lag. Het mensje hoestte zich af en toe de longen uit haar lijf, maar dat weerhield niemand er van een sigaret op te steken. Achteraf bleek dit haar laatste kerst te zijn.


Met mijn kinderen heb ik ook niet echt een traditie opgebouwd. Toen ze klein waren stond er wel een kerst boom in huis, maar daar was ik al snel klaar mee. Niet alleen omdat ik het belachelijk vind om een boom in je kamer te zetten en daar ballen in te hangen, maar ook de zooi die je er van hebt. En met twee katten is het al snel bekeken. Daarbij hadden we, sinds we een hoekbank hadden, niet echt een plek om een kerstboom neer te zetten.


Ik zie de kerst als twee verplichte dagen ‘opzitten en pootjes geven’. En dat is nou juist hetgeen waar ik zo’n moeite mee heb, dat verplichte. Dat er van je verwacht wordt dat je er bij bent en het leuk hebt. En toch, nu dit jaar ook mijn moeder is weggevallen en daarmee ‘de verplichting’ ( je hoeft niet te komen hoor, maar hoe laat ben je er?), voelt het raar om niet naar haar toe te kunnen. Niet even een kopje koffie drinken of samen eten. Misschien is daarmee wel een van mijn onbewuste kerst tradities weggevallen.

 

Herfstvakantie

Posted on October 20, 2020 at 7:05 PM

De herfstvakantie is begonnen. Niet dat ik daar iets van merk nu ik geen schoolgaande kinderen meer heb, maar de gedachten aan de herfstvakantie maakt me altijd wat melancholiek.

Niet alleen omdat de herfst is begonnen en het einde van het jaar zicht is. Eerlijk gezegd vind ik dit wel een fijn jaargetijde. De heerlijke geuren en mooie kleuren van de natuur maken me warm van binnen. Nee, bij herfstvakantie denk ik onwillekeurig terug aan de tijd uit mijn jeugd dat we naar de camping gingen. De Paasvakantie was altijd de start van het seizoen en tijdens de herfstvakantie sloten we de boel weer af. Daartussen gingen we ieder weekend en de hele zomervakantie naar camping de Jutberg.


Met het afsluiten van de caravan, sloten we ook het (kampeer) jaar af. We wisten dat we onze vrienden de hele winter niet zouden zien. Waarschijnlijk komt daar dat melancholische gevoel ook een beetje vandaan. Het vooruitzicht van die donkere wintermaanden legde een schaduw over de vrolijke herfstkleuren van het Veluwse bos. Uren lang kon ik door het bos slenteren terwijl ik de dorre herfstbladeren sloffend wegschopte. Toen onze hond nog leefde ging hij graag met mij mee, waarbij we samen op een van de zeven heuvelen op adem kwamen en de omgeving in ons opnamen.


Als ik nu naar buiten kijk, zie ik de weelderige bladeren van de oude berk in de tuin langzaam op de grond vallen. Nog even en er zijn alleen nog kale takken over. De bladeren hebben hun groene kleur verruild voor een mengelmoes van roodbruin en geel. Een prachtig gezicht en diep in mijn hart verlang ik naar zo'n boswandeling zoals ik die veertig jaar geleden met onze hond maakte. Dit jaar hebben we nog geen 'Veluwe gesnoven' zoals ik dat vaak noem. Eigenlijk zit ik te popelen om weer even op de Jutberg te gaan kijken. Helaas is er niemand meer waar we even langs kunnen gaan. Lekker wat oude herinneringen ophalen terwijl we omringt worden door de geuren en kleuren van het bos.

 

"Wat let je om te gaan?" zal je waarschijnlijk denken. Covid, om precies te zijn. Afgelopen weekend waren er weer veel te veel mensen in de bossen aan het wandelen. Ik wil daar niet een van zijn, hoe graag ik me ook wil laten omringen door de bossen.

Maar we hebben nog wel wat in het vooruitzicht;

Volgende maand gaan we een midweek naar een bungalowpark op de Veluwe. Ik hoop dat alles dan nog niet helemaal kaal is, zodat we nog van de herfst kunnen genieten. Gaan we eindelijk weer een keer Veluwe snuiven.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

route planner

Posted on October 5, 2020 at 10:00 AM

Vorige week is ons nieuwe bankstel gebracht. Niets bijzonders zou je zeggen, al kopen we ook niet ieder  jaar een nieuw bankstel. Maar dit bankstel is een stuk kleiner dan de vorige. Daar hebben we bewust voor gekozen.


Autistisch

Omdat we nu een kleiner bankstel hebben, hebben we de kamer anders kunnen indelen. En dat is voor iemand als ik, met licht autistische trekjes wel een dingetje. Want bij mij moet altijd alles op dezelfde plek staan of liggen. Als ik bijvoorbeeld een la open trek om er een schaar uit te pakken, dat moet ik die blindelings kunnen pakken. Als ik misgrijp, roep ik gelijk ‘waar is de schaar?’ terwijl hij misschien in het vakje er naast ligt.

Wat onze bankstellen betreft kan ik zeggen dat we inmiddels 29 jaar in dit huis wonen en dat de bankstellen al die 29 jaar in dezelfde opstellingen hebben gestaan. Nu ineens niet meer….

Dan denk je misschien ‘lekker boeien hoe een bank staat’ maar nogmaals, voor mij is dat wel een dingetje. Neem nou vanmiddag. Ik ging de vloer dweilen en heb daar altijd een vaste ‘route’ voor door de kamer. Eerst natuurlijk met de swiffer, die ik dan bij de afvalbak van de stok af haal om weg te gooien. Nog steeds stop ik met de swiffer op de plek waar altijd mijn afvalbak heeft gestaan, terwijl we sinds anderhalf jaar een andere keuken hebben en de afvalbak ergens anders staat. Ik bedoel maar.


Nieuwe route

Goed, na het swifferen sjees ik met het stoomapparaat door de kamer. En nu de bank op een andere plek staat, lijkt het wel of we een grotere woonkamer hebben. Het is zo vreemd om ineens een andere ‘route’ te moeten nemen. Zo is de computerkast, waar ik de poetsbeurt altijd begon, uit de kamer weg. Natuurlijk kan ik wel weer in die hoek beginnen, maar het voelt raar.

Ik ga er van uit dat het wel zal wennen. Net zoals ik over een tijdje bij de nieuwe afvalbak zal stoppen met swifferen. Want ondanks dat het allemaal vreemd is en ik er aan moet wennen, ben ik er wel heel erg blij mee. Ik moet gewoon mijn routeplanner anders instellen!

 

Stofnesten opruimen

Posted on September 28, 2020 at 3:05 AM

Vaak heeft een kleine verandering grote gevolgen. Neem nou de klok van mijn ouders. Toen zij in 1999 40 jaar getrouwd waren hebben ze een wandklok laten samenstellen. De kast, de wijzerplaat, wijzers, uurwerk, melodieën, alles hebben ze zelf uitgezocht en als geheel aan de muur gehangen. Binnenin zit een koperen plaatje met de tekst

“Jan en Cobie 1959-1999." Op zich is het een mooie klok, maar ik zou zelf zo'n ding niet aanschaffen.


Nu mijn beide ouders er niet meer zijn en we hun huis aan het leegmaken waren, kwamen we ook bij de klok met de vraag “wie wil hem hebben?” Ondanks dat we hem alle vier wel mooi vinden, hebben we er geen van vieren de plek of de inrichting voor. Maar het is natuurlijk vreselijk zonde om dat ding te verkopen of weg te geven. Uiteindelijk hebben Peter en ik besloten dat wij de klok adopteren. Maar daar moet wel het een en ander voor veranderd worden in de woonkamer.


Er staat nu een computerkast in onze woonkamer die mij al langer een doorn in het oog is. Niet qua uiterlijk, want hij is van hetzelfde soort als de rest van onze meubels en past er dus prima bij. Maar het is zo’n groot ding. Daarbij is de computer die er in huist al menig jaartjes oud. Als hij al direct opstart, gaat dat tergend langzaam, met vaak nog de kans dat hij ineens vastslaat. Dan moet hij ‘met grof geweld’ uitgezet worden en weer opnieuw opgestart. Vooral met thuiswerken geeft dat wel eens problemen, want ik ben al gauw een half uur tot drie kwartier bezig om in mijn werkomgeving in te loggen.

We besloten daarom dat de computer én de kast uit de kamer weg moeten. Dan wordt dat een mooie plek om de klok op te hangen. Daar moeten dan wel de foto’s van het eerste levensjaar van de kinderen ook voor wijken, maar daar vinden we wel weer een plekje voor. Om toch nog snel op een computer te kunnen werken en in mijn werkomgeving te kunnen inloggen, besloot ik om van de erfenis van mijn ouders een laptop te kopen. Zo kan ik de komende tijd ook sneller inloggen op mijn werkomgeving.


Maar alleen een kast uit de kamer halen is niet voldoende. We roepen al een tijdje dat we toe zijn aan een ander bankstel en nu we toch de boel gaan veranderen is dit een mooie gelegenheid om het allemaal in één keer te doen. Van de rest van de erfenis hebben we een nieuw bankstel gekocht en dat wordt morgen gebracht.


Maar dan zijn we er nog niet. Want een nieuw bankstel, een ‘nieuwe’ klok, dan moet toch op zijn minst ook de muur een nieuw kleurtje krijgen. Vanmiddag gaat Peter de muur verven. En om er goed bij te kunnen heb ik zojuist de boekenkast leeggehaald zodat deze straks makkelijk van de muur te verplaatsen is. Het lijkt alsof we geen boeken hebben, als ze netjes in de kast staan opgesteld. Maar nu ik ze er allemaal uitgehaald heb, schrok ik toch wel van het aantal! En eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat ik veel nog niet eens gelezen heb, of maar half. Ik haak eigenlijk best wel snel af tijdens een boek.


En zo blijkt dat een beslissing om een klok van mijn ouders in huis te nemen er als een soort domino effect voor zorgt dat we straks een heel andere huiskamer hebben. Waarbij het ook wel weer eens goed is voor het opruimen van de stofnesten. En dan bedoel ik niet alleen de stofnesten in mijn woonkamer, maar vooral ook die in mijn hoofd.

 

Afgesloten

Posted on August 30, 2020 at 7:55 PM

Het is klaar. Het huis waar mijn ouders de laatste jaren van hun leven hebben gewoond, is leeg, afgesloten en bestemd voor iemand anders.


Na het overlijden van mijn moeder hadden we geen andere keuze dan al haar spulletjes te verdelen of weg te doen. Haar spulletjes, want de spullen van mijn vader had ze zelf vorig jaar al opgeruimd. Vlak na zijn overlijden is ze begonnen met het opruimen van zijn CD’s, films, gereedschap, kleding. De paar sieraden die hij bezat is verdeeld onder de kinderen. Als ik aan haar vroeg waarom ze ineens alles weg wilde doen zei ze “waarom moet ik het bewaren?” Zelf denk ik dat het voor haar een manier was om te dealen met de dood van haar grote liefde. Zolang ze bezig was, was de pijn en het gemis nog enigszins te dragen. Toen er niets meer op te ruimen was, viel ze in een zwart gat. Heel af en toe konden we haar zover krijgen dat ze ergens mee naar toe ging, maar eigenlijk zat ze op de bank, doelloos. In het begin had ze nog wat afleiding van de televisie, maar toen ze last begon te krijgen van de tumoren in haar hoofd en het haar niet lukte om met de telefoon de tv aan te zetten, gaf ze ook daar de brui aan. Ze kon steeds minder, vooral wat apparaten betreft. Koffie zetten, koken, de telefoon aannemen, TV aanzetten, de meest basale dingen lukte haar niet meer.

Toen ze uiteindelijk inzag dat ze ons ook niet meer om te tuin kon leiden en toegaf aan de hulp die we voor haar hadden ingeschakeld, ging het snel achteruit met haar. Binnen een paar weken heeft ze zich overgegeven aan de dood, die al een tijdje op haar had staan wachten. Het is een troost te weten dat ze weer samen is met mijn vader, die ongetwijfeld bij haar aankomst heeft geroepen “waar bleef je nou?”


En dan is het aan ons, haar vier kinderen, om het huisje leeg te maken. Dan loop je dat huisje binnen waar de jas van mijn moeder nog aan de kapstok hangt en haar parfum weinig subtiel door de gang verspreidt. Vertrouwd en tegelijk confronterend. Het was eigenlijk best vreemd en fijn tegelijk dat sommige kasten al helemaal leeg waren. De kastenombouw van hun bed was aan de kant van mijn vader helemaal leeg. Net als de linnenkast. Het was nu al een heel gedoe om alle spullen te doorlopen en te beslissen wat we er mee gingen doen. Als we ook nog met de stapels CD’s, gereedschap en andere spullen van mijn vader hadden moeten leuren, waren we er nog veel langer mee bezig geweest. Wat dat betreft was het een zegen dat ze dat vorig jaar al weggedaan heeft. Toch blijft het een vreemd idee om door alle papieren en persoonlijke zaken van mijn ouders te snuffelen. Wat moeten we bewaren, wat kan weg. De koopakte van het huis dat ze in 1977 hebben gekocht en 18 jaar geleden verkocht hebben, keurig bewaard in een plastic map, dat kan weg. En zo kwam er zestig jaar huwelijk door onze handen. Sommige papieren bevatten een emotionele waarde, zoals hun trouwboekje waar wij vier kinderen in zijn bijgeschreven.


We hadden een maand de tijd om alles leeg te maken. Een medewerker van de woningbouwvereniging kwam langs en vertelde ons wat er uit het huis verwijderd moest worden en wat mocht blijven. Hij was coulant, de plavuizen in de woonkamer/keuken mochten blijven liggen, net als de vloerbedekking op de trap. Ook het zonnescherm in de tuin mag blijven hangen. Verder moest alles eruit. We hebben geprobeerd een aantal meubels te verkopen, maar daar was geen belangstelling voor. Alleen de salontafel in de vorm van een boot, is nog voor een leuke prijs verkocht Maar het bed, het eiken wandmeubel, de TV kast en de stoel van mijn vader zijn met grofvuil meegegaan. Net als heel veel klein spul dat niemand wilde hebben.

En daar stond het dan, buiten in de regen en wind. De spullen waar mijn ouders hun zuurverdiende centen aan hebben uitgegeven. Waar ze jarenlang zo zuinig op zijn geweest. We hebben het buiten gezet en het is meegenomen door de gemeente reiniging ter vernietiging.


Dan komt het moment dat we voor de laatste keer door de woning lopen. Nog even een bezem door een kamer, wat laatste dingen in een vuilniszak en wachten op de medewerker van de woningbouw vereniging die de eindcontrole komt doen. Hij liep naar zolder en van daaruit naar de kamers op de eerste etage. Binnen een zucht was hij terug, nam de meterstanden op en na nog geen tien minuten zette ik mijn handtekening en leverde ik de sleutels van de woning van mijn ouders in.

De afgelopen maand hadden we nog een plek waar we samen kwamen om op te ruimen. We hebben gelachen, gevloekt, tranen weggeveegd, spullen weggegooid, spullen gekoesterd, net als herinneringen die hiermee terug kwamen. Met het inleveren van de sleutels hebben we definitief afscheid genomen van de plek waar onze ouders hun laatste jaren hebben doorgebracht. Geen van ons heeft daar gewoond, maar het voelde als een vertrouwde plek. Vertrouwd door de bewoners en vertrouwd door de spullen die ze daar omringden.

 

Corona ontkenningen

Posted on August 11, 2020 at 5:05 AM

Gek toch dat ik, als ik naar een film kijk, ik me realiseer dat die is opgenomen vóór corona tijd. Dat je ziet dat er geen afstand wordt gehouden. Logisch natuurlijk want in de periode dat de film zich afspeelde was er geen sprake van corona. Maar ik bedoel maar te zeggen hoe snel het went om je anders te gedragen.


En dan kom ik toch bij de mensen die het hele virus ontkennen. Alsof de regering besloten heeft een virus in het leven te roepen om zo meer grip op de bevolking te krijgen. Behalve dat het een belachelijke complottheorie is, vind ik het een zeer grove belediging aan al die mensen die de ziekte hebben doorgemaakt en degene die er aan zijn overleden. Vertel hun familie maar eens dat het niet echt is, dat corona een HOAX is.

En al zou deze belachelijke theorie ergens op gebaseerd zijn, dan nog zit je met het feit dat de ziekte over de hele wereld verspreidt is. Dat zou dan moeten betekenen dat alle wereldleiders met elkaar hebben afgesproken dat ze een nepvirus in het leven roepen om zo de wereld bevolking naar hun hand te zetten. Terwijl ze het niet eens kunnen worden over belangrijke zaken zoals klimaat en oorlog! De hele wereld is ‘on hold’ gezet omdat de wereldleiders meer macht willen. Wat voor kronkel moet je in je kop hebben om zoiets alleen al te verzinnen.


En dan het verzet tegen de maatregelen. De regering is net zo overvallen door het virus als iedere andere Nederlander. Dan moeten ze beslissingen gaan nemen die niemand leuk vindt. Horeca sluiten, scholen sluiten, thuis werken enz. De economie van Nederland krijgt een enorme klap te verwerken door de maatregelen die genomen zijn. Alsof de regering daar lol in heeft. Na jaren bikkelen hebben ze de Nederlandse economie op een behoorlijk hoog peil weten te krijgen en dan gooit zo’n virus roet in het eten. Daar zit niemand op te wachten, ook de regering niet. Maar de maatregelen die genomen worden zijn wel bedoeld om iedere Nederlander gezond te houden en te voorkomen dat er nog meer mensen ziek worden of aan het virus overlijden. Hoe ziek ben je dan als je de regering aanklaagt voor vrijheidsberoving? Dan spoor je toch niet? of de politie aanvallen omdat zij de noodmaatregelen handhaven. Alsof ze dat voor hun lol doen. Als een burgemeester een noodmaatregel afkondigd, moet dit door de politie worden gehandhaafd, of ze het er nou mee eens zijn of niet. Dat is hun werk. Hoe laf ben je dan als je die mensen in hun werk belemmerd en provoceerd. En als er dan moet worden ingegrepen, dan hebben die agenten het gedaan. Onbegrijpelijk.

Ik mag het niet zeggen, maar ik zou bijna hopen dat de mensen die roepen dat corona niet bestaat, er heel erg ziek van worden. Ze hoeven er niet aan te overlijden, maar laten ze maar weten dat hun ontkenning onterecht is en dat de maatregelen om het virus in te dammen echt nodig zijn.


Ik weet dat ik in het begin ook heb geroepen dat het een ernstige vorm van griep is. Maar inmiddels is wel duidelijk dat het meer is dan een griepvariant. En ik snap dan niet dat er mensen zijn zeggen dat het allemaal verzonnen is, dat het virus niet bestaat, dat de regering macht over de mensen wil. Deze mensen maken Nederland ziek! Ziek met hun complottheorieën, met hun waanideeën en belachelijke beschuldigingen.


Natuurlijk ben ik het inmiddels ook wel zat. Van mij mag alles weer terug naar het oude. Maar als je ziet dat, zodra men zich meer vrijheden veroorloofd, het virus weer genadeloos toeslaat, moeten we nog even volhouden. Langzaam maar zeker proberen wat wel kan en wat niet. En misschien moeten we er wel rekening mee houden dat een aantal maatregelen standaard worden. Tenslotte wennen we al snel aan dit soort aanpassingen.

 

Huis opruimen

Posted on July 28, 2020 at 9:00 PM

Rondkijkend door het huisje van mijn moeder moeten we bepalen wat we met haar spulletjes gaan doen. Natuurlijk wisten we allang dat dit moment er een keer aan zat te komen, maar nu is het definitief. Spulletjes die ze in de loop van haar huwelijk met mijn vader heeft verzameld en gekoesterd. Wie wil wat hebben? We voelen ons alle vier schuldig wanneer we ons hoofd schudden bij het opnoemen van de voorwerpen. In de meeste gevallen is het niet onze smaak en past het niet in ons eigen interieur. Maar er zitten dingen tussen waarvan we weten dat ze dat hun hele leven hebben gehad. Een pinda stel als verlovingscadeau, een schilderij als huwelijkscadeau, een horloge voor haar 12 ½ jarig huwelijk. En zo komen we dingen tegen die totaal geen waarde hebben, maar waar een enorm emotioneel prijskaartje aan hangt. Dat gooi je niet in de container of zet je niet bij grofvuil.


Inmiddels heb ik een aantal dingen mee naar huis genomen waarvan ik nooit gedacht had dat ik die in mijn huis zou willen. Het gaat niet zo zeer om de voorwerpen zelf, maar om de waarde die mijn ouders er aan hechtte. Gelukkig zijn we met vier kinderen en drie kleinkinderen en hebben we veel van deze zaken kunnen verdelen. Wat de één niet wil, heeft de ander meegenomen. Zo blijft het toch nog in de familie. Er blijft genoeg over wat via marktplaats verkocht kan worden of weggegeven. Vooral de grote meubels. Apetrots waren mijn ouders op het grote eiken wandmeubel dat ze ooit hebben uitgezocht. In de woning van toen hadden ze een lange muur waar hij perfect paste. Toen ze gingen verhuizen naar deze woning waren ze dan ook dolblij dat het wandmeubel hier ook een plekje kon krijgen. En nu moeten we er vanaf.


Het voelt als een soort inbreuk om alle kastjes en laatjes open te maken en te bekijken wat er in zit. Documenten waarvan we moeten beslissen of het door de versnipperaar moet, of toch nog bewaren. Gelukkig zijn mijn ouders altijd open geweest over alles, dus komen we niet voor verrassingen te staan. Maar het is toch wel bijzonder om ineens hun trouwboekje in je handen te hebben met daarin de geboorte aangiftes van de vier kinderen. Of het lidmaatschapskaartje van de judo bond waar mijn vader tot mijn geboorte lid van was.


Twee jonge mensen die na vier jaar verkering gingen trouwen, amper 21 jaar oud. Nu, ruim 61 jaar later, zijn ze alle twee van de aardbodem verdwenen. Wat over is zijn de spulletjes die zij in de loop van de tijd hebben aangeschaft of gekregen. Wetende dat ze alle twee heel zuinig waren op hun spullen. Het is zo’n gekke gewaarwording dat wij nu moeten beslissen wat er met de spullen gebeurd. Je kan ze maar één keer wegdoen. Borduurwerkjes waar mijn moeder úren mee bezig geweest is en waar mijn vader met zorg een lijst omheen gemaakt heeft, met als blikvanger een afbeelding van de Nachtwacht. Ze hingen verdeeld in hun woning en nu liggen ze op een stapel met een groot vraagteken.


Vandaag zijn er weer wat spullen uit huis weggehaald. Zoals de linnenkast. De kleding uit de kast halen was wel even moeilijk, want dat was erg persoonlijk. Ik verwachtte ieder moment mijn moeder achter me die zei “nee, laat dat maar hangen, dat ga ik nog dragen.”

 


Rss_feed

0